Pijn bij knieartrose is geen enkelvoudig signaal maar het resultaat van meerdere processen in en rondom het gewricht. De belangrijkste verklaring is dat verreweg de meeste pijnsensoren zich bevinden in het gewrichtskapsel. Bij artrose raakt dit kapsel regelmatig ontstoken, waardoor meer gewrichtsvocht wordt aangemaakt, het gewricht zwelt en de pijnsensoren voortdurend geprikkeld worden.
Daarnaast spelen de volgende factoren een rol:
Kraakbeenslijtage — Het beschermende kraakbeen wordt dunner en brozer, waardoor de botten dichter op elkaar komen. Kraakbeen zelf heeft geen zenuwen, maar de irritatie van omliggende structuren veroorzaakt wel degelijk pijn.
Ontstekingsreacties — Bij artrose komen ontstekingsstoffen (zoals cytokines) vrij die zenuwuiteinden in het gewricht prikkelen en zo zwelling en pijn verergeren.
Osteofyten (botuitsteeksels) — Het lichaam probeert het gewricht te compenseren door extra bot aan te maken. Deze uitsteeksels — ook wel ‘papegaaienbekken’ genoemd — kunnen drukken op omliggende weefsels en zenuwen.
Synovitis — Het gewrichtskapsel en het synoviale weefsel kunnen ontsteken, wat directe pijnsignalen geeft aan het zenuwstelsel.
Spierzwakte — De spieren rond de knie, zoals de quadriceps, verzwakken door verminderde beweging. Dit verlaagt de stabiliteit van het gewricht en vergroot de mechanische belasting.
Slijtage van meniscus en ligamenten — Artrose gaat vaak gepaard met schade aan andere structuren in de knie, wat extra pijn bij beweging veroorzaakt.
Mechanische overbelasting — Traplopen, lang staan of overgewicht vergroten de druk op het aangetaste gewricht aanzienlijk.
Zenuwirritatie — Zwelling of osteofyten kunnen zenuwen beknellen, wat kan leiden tot uitstralende pijn.
Centrale sensitisatie — Bij langdurige pijn kan het zenuwstelsel overgevoelig raken, waardoor zelfs kleine prikkels als pijnlijk worden ervaren.
Psychologische factoren — Chronische pijn gaat vaak gepaard met stress of somberheid, wat de pijnbeleving verder versterkt.
Kortom, pijn bij knieartrose is een complex samenspel van mechanische slijtage, ontsteking en veranderingen in weefsels en zenuwen. Behandeling richt zich daarom bij voorkeur op meerdere van deze factoren tegelijk.
